bio-grond en de Sustainable Development Goals
Zeventien doelen, een handvol waar dit werk echt raakt
De Sustainable Development Goals (SDG's) zijn de zeventien doelen die de Verenigde Naties in 2015 vaststelden voor 2030, van schoon water tot klimaatactie. Waterschappen, gemeenten en provincies gebruiken ze om beleid, projecten en aanbestedingen te toetsen: de vraag is steeds vaker niet of een project bijdraagt, maar aan welk doel en hoe zichtbaar.
bio-grond raakt een aantal van die doelen rechtstreeks. Schone organische reststromen (baggerslib, groenresten en de droge fractie van koemest) worden op receptuur verwerkt tot levende, biologisch actieve grond die terugkeert in de bodem. Dat werkt tegelijk aan de waterkant, de bodemkant en de kringloopkant.
Hieronder staat per doel waar die bijdrage concreet uit bestaat. Alleen de doelen waar het werk aantoonbaar effect op heeft, onderbouwd met de haalbaarheidsstudies uit ruim vijftien jaar onderzoek.
De doelen waar bio-grond aan bijdraagt
-
Schoon water en sanitair
Baggerslib wordt verwerkt op de plek waar het vrijkomt, zodat het watersysteem op orde blijft zonder lange transportbewegingen. De grond die daaruit ontstaat laat water beter door en houdt het langer vast. Dat helpt bij piekbuien én bij droogte. Doordat nutriënten in de bodem worden vastgelegd in plaats van af te spoelen, blijft er minder achter in sloot en plas.
-
Duurzame steden en gemeenschappen
Bio-Grond Stad is ontwikkeld als teelgrond en veenvervanger voor plantsoenen, parken, groene daken en moestuinen. Stedelijk groen op levende grond wortelt dieper en verdraagt hitte en droogte beter. Omdat de reststromen lokaal worden verwerkt, blijven de transportkilometers beperkt tot de regio zelf.
-
Verantwoorde consumptie en productie
Schone organische reststromen zijn hier geen afvalpost maar grondstof: baggerslib, groenresten en de droge fractie van koemest krijgen een tweede leven als bodem. Zo kan bio-grond een circulair alternatief zijn voor gronden die nu van ver worden aangevoerd, waaronder geïmporteerd hoogveen. De kringlopen van koolstof, stikstof en fosfor blijven daarmee binnen de regio.
-
Klimaatactie
Organische stof die als levende grond terugkeert in de bodem legt koolstof vast in plaats van hem te laten vervluchtigen. Verwerking dicht bij de bron scheelt transport en daarmee uitstoot. In veenweidegebieden helpt ophogen met bio-grond om bodemdaling te compenseren: precies het onderwerp van de SBIR-studie uit 2011.
-
Leven in het water
Minder afspoeling van stikstof en fosfor betekent minder belasting van sloten, plassen en het achterliggende watersysteem. Baggerslib dat ter plaatse wordt verwerkt hoeft niet te worden afgevoerd of gestort. Samen draagt dat bij aan de waterkwaliteitsdoelen waar waterschappen aan werken.
-
Leven op het land
Levende grond herstelt het organischestofgehalte en de structuur van de bodem, waardoor bodemleven, beworteling en waterhuishouding samen vooruitgaan. Als veenvervanger kan bio-grond de vraag naar gewonnen hoogveen verminderen. Een bodem die zelf voedt vraagt bovendien minder kunstmest en gewasbescherming: ruimte voor kruidenrijk grasland, insecten en weidevogels.
-
Partnerschappen om doelen te bereiken
Levende grond ontstaat niet in je eentje: waterschappen, gemeenten, provincies, boeren en kennisinstellingen zitten allemaal aan tafel. De haalbaarheidsstudies zijn uitgevoerd in opdracht van en met financiering vanuit onder meer het SBIR-programma en het Europees Landbouwfonds/LEADER. Die samenwerking maakt het verschil tussen een goed idee en een uitvoerbaar project.
Wat betekent dit voor uw project?
Werkt u aan een gebiedsopgave, een aanbesteding of een beheerplan waarin deze doelen een rol spelen? Dan denken we graag mee over wat levende grond op uw locatie kan betekenen, en hoe u die bijdrage onderbouwt.
Neem contact op of vraag een offerte aan